Aanleverspecificaties

Tekstbestanden

Tekst dient aangeleverd te worden als een Wordbestand. Zorg dat de opmaak consequent is. Dat wil zeggen dat het onderscheid in bodytekst, koppen, tussenkoppen, subkoppen etc. in elk Wordbestand gelijk moet zijn. Dit geldt ook voor het gebruik van verschillende schrijfwijzes zoals Italic, Bold, Underline etc. Bovendien is het van belang dat de manier waarop je verwijst naar referenties ook in alle hoofdstukken eenduidig is. Dit kan door middel van superscript, ronde-,  of vierkanten haakjes. 

Afbeeldingen mogen in het Wordbestand blijven staan, zodat duidelijk is waar deze (ongeveer) in de tekst gepositioneerd moeten worden. Maar omdat dit meestal ‘screenshots’ betreft, kunnen deze in verband met een té lage resolutie niet worden gebruikt voor het uiteindelijke printwerk. Hieronder lees je waar je op moet letten bij het aanleveren van afbeeldingen.

aanleverspecificaties_pixelafb

Pixel-afbeeldingen

Deze afbeeldingen worden beschreven door een matrix van bits in een rechthoekig raster van pixels. Het aantal pixels per inch (Dots Per Inch = DPI) geeft de resolutie aan. Deze resolutie geeft de kwaliteit van de afbeelding aan. Hoe hoger het aantal ‘dots per inch’ des te scherper de afbeelding. Wanneer je een pixelafbeelding vergroot, worden uiteindelijk de pixels zichtbaar wat resulteert in een wazig en onscherpe afbeelding.
Bestandsformaten voor pixel georiënteerde afbeeldingen zijn;
JPG, TIFF,  PSD. 

Vector-afbeeldingen

Vectorafbeeldingen worden gedefinieerd door punten en curven. Deze punten vormen paden (lijnen) die altijd hun vorm behouden.
Het maakt dus niet uit hoe groot je een vectorafbeelding vergroot, de kwaliteit blijft altijd gelijk.
Bestandsformaten voor vector georiënteerde afbeeldingen zijn;
EPS, AI, SVG.